![]() |
Omstreeks 1250 kreeg het Vaticaan het vermoeden waar de Katharen de Heilige Graal verborgen hielden. Zij werden echter tijdig gewaarschuwd door een spion binnen het Vaticaan, dat de schuilplaats van de Graal ontdekt was.De Katharen besloten een nieuwe locatie te zoeken voor hun kostbare relikwieën en stichtten een orde, de Libaudianer orde, genoemd naar het gebied waar deze gevestigd zou worden. Deze geheime broederschap kreeg de opdracht een tijdelijk onderkomen voor de Graal te bouwen en deze te beschermen.
De Orde had een methode ontwikkeld om nieuwe leden tot de orde te laten toetreden. Hiertoe werd een proeve van bekwaamheid ontwikkeld in de vorm van een Quest. Mensen die wilden toetreden tot de Libaudianer Orde moesten eerst bewijzen geschikt te zijn voor het ambt door aan te tonen over voldoende doorzettingsvermogen, moed, wijsheid en vindingrijkheid te beschikken en te allen tijde en onder alle omstandigheden het geheim van de Graal te kunnen bewaren. Hiertoe moesten zij deze zware quest, ontwikkeld door broeder Solagus, voltooien, waarna ze tot de broederschap konden toetreden. Gedurende vele jaren werd de Graal door de Libaudianer Orde bewaakt. Geruchten gaan dat broeder Solagus experimenteerde met de magische krachten van de Graal, de kracht om iemand het eeuwige leven te schenken. Hij vulde de Graal met bronwater en liet zijn hondje Picorianus ervan drinken.
Toen in 1312 de definitieve bergplaats voor de Heilige Graal gereed was, werd de Graal hier naar overgebracht. De Libaudianer Orde verloor haar functie en alle leden werden door de Katharen vermoord, teneinde alle sporen, die naar de Graal konden leiden, uit te wissen. Alle gebouwen, documenten en de tijdelijke bergplaats werden vernietigd. Alleen het hondje wist aan de slachting te ontsnappen! Er gaan geruchten dat de Quest die Broeder Solagus had uitgezet nog steeds bestaat en dat zij die hem volbrengen het elixer van het eeuwige leven zullen vinden. Alleen een gedicht dat het begin van de Quest zou onthullen is nog teruggevonden.
|